Klik op de foto voor een grote versie.
Bestellen kan via bestelling@lijkendijk.com
Prijs: € 22,- + verzendkosten
Fragment uit Op reis. Drie continenten, drie koffers en een peuter.
Midzomernacht, 22 juni 2001
Bij een winkeltje waar handgeschept papier gemaakt wordt, vergaap ik me aan de demonstratie en ik sla onbeschaamd van alles in omdat het zo mooi is. Het is een klein winkeltje en met P. en mij (plus mijn rugzak) erin is het behoorlijk vol. Daar komt bij dat P. haar handjes niet in haar zakken laat zitten en alles vooral even aan moet raken. Ik moet alle zeilen bijzetten om te redden wat er te redden valt, want handgeschept papier is kwetsbaar in kleuterknuisten. Ik krijg haar uiteindelijk wel in de richting van haar vader, die buiten op een bankje in de zon zit. Wij lopen in de deuropening een aantal autochtonen omver die net naar binnen wilden gaan. ‘Bloody Germans’, mompelt iemand na het opkrabbelen. Enkele uren later valt mij een gevat weerwoord in, ook de grijze massa daarboven heeft kennelijk een sabbatical.
Midzomernacht, volksfeest nummer 1, vieren we in een gehucht in de streek Dalarna. Wat we daar aantreffen komt rechtstreeks uit een Ingmar Bergman-film. De vreselijke lange winter is voorbij, de zon gaat voorlopig niet onder en de Zweden worden vrolijk. Ze dansen rond de meiboom en worden dronken. In dorpshuizen en –tuinen vinden folkloristische activiteiten plaats. Tussendoor is de bevolking van ons buurtschap en omstreken in rep en roer, want er zijn bruine beren gesignaleerd. Die komen veel voor in Zweden, maar meestal niet zo dicht bij mensen. ’s Nachts wordt onze vuilniszak aangevreten, reden genoeg voor P. om opa te bellen met het bruine berenverhaal. Ze vindt het reuze gevaarlijk allemaal en de voordeur moet vooral dicht blijven. ’s Avonds dien ik te controleren of zich geen beren of wolven of andere enge creaturen onder het bed ophouden. Dat is niet het geval, gelukkig.
Het is ook meer een ritueel, dat ‘onder-het-bed-kijken’, want ’s avonds en een groot deel van de nacht is het net zo licht als overdag. Slapen is lastig voor P., want gordijnen in de slaapkamer, daar doen ze niet erg aan in Scandinavië. De motivatie daarachter is dat het ’s winters zo donker is buiten dat je ze niet nodig hebt en ’s zomers, als er eindelijk licht is, dan willen ze dat licht niet buiten sluiten. P. denkt daar anders over. ‘Het is toch nog licht buiten’, blijft een uitstekend argument om niet naar bed te hoeven. En als ze eindelijk in bed ligt moeten er eindeloze hoeveelheden Jip en Janneke verhaaltjes voorgelezen worden, tot eindelijk de verlossende gaap aankondigt dat de slaap nabij is.
We maken wat opvoedende excursies en dompelen P. onder in de Zweedse cultuur. In Nusnäs bezoeken we een fabriek waar de beroemde Dalahäster, de houten paardjes uit de streek Dalarna, met behulp van veel huisvlijt in elkaar gehoutsnijwerkt worden. Het hele durp is er zoet mee, want de fabriek figuurzaagt de blokjes, terwijl oude Zweedse mannetjes en vrouwtjes die de kunst beheersen, aan hun keukentafel paardjes uit de blokjes snijden. Ten fabrieke worden de paardjes geverfd, bewerkt en met bloemetjes beschilderd.
Hetzelfde ritueel vindt plaats met bijvoorbeeld Zweedse muilen en Moraklokken, grote staande klokken die ten tijde van Astrid Lindgrens Emil in de Zweedse keukens stonden, terwijl Zweedse moeders het huishouden bestierden, Zweedse vaders jenever stookten in een ouwe schuur en Zweedse kinderen kattekwaad uithaalden in het Zweedse veld.
P. scoort, ondanks haar Hollandse kattekwaad, een paar Zweedse klompjes. Tegen extra betaling krijgt ze haar naam erop geverfd.
‘Commercie!’, spuugt F., maar trekt de creditcard. En ondertussen heeft P. leuke klompen. Als ze erop rondwaggelt, valt het commerciële gedeelte helemaal niet op.